Ombudsman Uitvaart

Nieuwe uitspraak van de Ombudsman Uitvaart:

Klacht 12-060: Grafonderhoudscontract

Datum
17-02-2013

Klacht
klager wenste geen afkoop grafonderhoud te betalen.Begraafplaats stelde dat het niet betalen tot het vervallen van grafrechten zou kunnen leiden

Uitspraak
Na informatie van de ombudsman zag de begraafplaats zonder nadere toelichting af van onderhoudskosten op het graf waarvan klager rechthebbende is.
Hiermee is de ombudsman akkoord gegaan
Klik hier voor de volledige uitspraak »
In 1973 was door klager een graf gekocht voor de tijd dat de betreffende begraafplaats als zodanig in gebruik zal zijn.
In 2002 tekende klager een overeenkomst met de eigenaar van het graf voor het onderhoud van het graf voor de komende 10 jaar.
Tien jaar later stuurde de begraafplaats een nieuwe overeenkomst afkoop onderhoud voor de periode 2012 tot 2022.
Klager vond het te betalen bedrag dermate hoog dat hij deze overeenkomst niet wilde ondertekenen ; tevens maakte hij kenbaar dat hij zelf het onderhoud wel zou verrichten.

De reactie van de begraafplaats luidde dat men ruggespraak had gehouden met een jurist welke in het uitvaartwezen was gespecialiseerd en dat deze, na bestudering van de grafacte en de in 2002 ondertekende onderhoudsovereenkomst tot de conclusie kwam dat het grafrecht vervallen kon worden verklaard als klager niet aan zijn onderhoudsverplichtingen zou voldoen.
Klager verzocht de Ombudsman te onderzoeken in hoeverre de begraafplaats rechtsgeldig handelde.

Op 20 januari 2013 heeft de Ombudsman de begraafplaats schriftelijke vragen gesteld .Uitgangspunt daarbij was de grafacte van 1973 waarin onder punt 2 wordt vermeld dat op de ingebruikgeving van toepassing zijn alle bepalingen door de eigenaar vastgesteld of nog vast te stellen betreffende de begraafplaats.
Onder punt 6 is opgenomen dat de rechten, voor de gebruiker uit de acte voortvloeiende, vervallen , wanneer hij, ondanks schriftelijke waarschuwing van de eigenaar, na afloop van de door deze gestelde termijn in gebreke is enige voorwaarde na te komen...
Van een onderhoudscontract is in de acte geen sprake.

Klager heeft voor de eerste maal in 2002 voor grafonderhoud betaald , dus moet er ergens in de periode tussen 1973 en 2002 door de eigenaar bepaald zijn dat voor graven op de begraafplaats, zowel voor bestaande graven als nieuwe graven, een nieuwe verplichting voor de rechthebbenden van kracht was geworden. Daarop zou dan het onderhoudscontract van 2002 gebaseerd zijn.
Deze nieuwe verplichting diende uiteraard wel op de juiste wijze aan de rechthebbenden te zijn medegedeeld.

De Ombudsman heeft de eigenaar verzocht om een kopie van de betreffende mededeling evenals een kopie van het advies van de ingeschakelde juridisch deskundige.

Naar de mening van de Ombudsman wil het feit dat klager in 2002 wel akkoord is gegaan met het betalen van het afkoopbedrag van het onderhoud nog niet zeggen dat het grafrecht komt te vervallen indien klager de volgende periode(n) niet meer wenst te betalen.
Een dergelijke conclusie kan uitsluitend getrokken worden op basis van een rechtsgeldig besluit bij de invoering van de onderhoudsverplichting.

Tenslotte heeft de Ombudsman er op gewezen dat in het Reglement van de betreffende begraafplaats niet gesproken wordt over grafonderhoud en/of onderhoud van de begraafplaats, hetgeen transparantie voor de rechthebbenden niet vergroot.

De reactie van de begraafplaats was beknopt. Nader onderzoek had hen doen besluiten af te zien van het in rekening brengen van onderhoudskosten aan klager.
Tevens deelde de begraafplaats mee dat op korte termijn de nu lopende contracten en de daaraan ten grondslag liggende reglementen onderzocht zouden worden om er zo voor te zorgen dat deze goed blijven aansluiten bij de actualiteit.

De conclusie uit deze brief is drieledig:
1. klager hoeft geen onderhoudskosten te voldoen voor het graf waarvan hij rechthebbende is; een argumentatie voor die beslissing is echter niet gegeven.
2. het feit dat de begraafplaats het genoemde onderzoek gaat uitvoeren wekt, samen met de genomen beslissing ten gunste van klager, de indruk dat de begraafplaats de zaken juridisch niet geheel in orde had.
3. de klacht is duidelijk aanleiding geweest voor de begraafplaats tot genoemd onderzoek waardoor in de toekomst op dit onderdeel hopelijk onduidelijkheden kunnen worden voorkomen.